IN BEHANDELING

CB Berner sennenhond
:
Erfelijke aandoeningen
:
Legende
Recessieve overerving
-/- of -: homozygoot wild type, mutatie afwezig, gezond
+/-: heterozygoot mutant, mutatie van 1 gen, ander gen normaal, drager
+/+ of +: homozygoot mutant, mutatie van alle genen, lijder

Dominante overerving
--/--: homozygoot wild type, mutatie afwezig, gezond
++/--: heterozygoot mutant, mutatie van 1 gen, lijder
++/++: homozygoot mutant, mutatie van beide genen, lijder

 

Degenerative myelopathy 1 +/-

Degeneratieve myelopathie zal klinisch niet tot uiting komen. 

Deze drager kan enkel veilig gecombineerd worden met een partner vrij van de mutatie (-/-) mits testen van de nakomelingen aangezien 50% opnieuw drager zal zijn. In combinatie met een andere drager (+/-) of een aangetast dier (+/+) zal ziekte optreden bij 25 resp. 50% van de nakomelingen.

Degenerative myelopathy 2 +/-

Hip laxity 1 +/-
Hip laxity 2 +/-
Hip laxiteit conclusie
Heuplaxiteitsmutaties kunnen aanleiding geven tot een licht verhoogde laxiteit in het heupgewricht. Er zijn echter nog vele andere genetische merkers in onderzoeksfaze. Bijgevolg zijn mogelijke klinische gevolgen van deze mutaties nog niet betrouwbaar in te schatten. Een bepaling van de distractie-index (DI) via de Pennhip-methode is voorlopig nog steeds de betere benadering. 

Uit voorzorg is het wel aanbevolen om een partner te selecteren waarbij deze mutaties afwezig (-/-) zijn.

Urolithiasis (HUU) -/-

Von Willebrand disease I --/--

Degenerative myelopathy 1 +/-

Degeneratieve myelopathie zal klinisch niet tot uiting komen. 

Deze drager kan enkel veilig gecombineerd worden met een partner vrij van de mutatie (-/-) mits testen van de nakomelingen aangezien 50% opnieuw drager zal zijn. In combinatie met een andere drager (+/-) of een aangetast dier (+/+) zal ziekte optreden bij 25 resp. 50% van de nakomelingen.

Degenerative myelopathy 2 +/-

Hip laxity 1 +/-
Hip laxity 2 +/-
Hip laxiteit conclusie
Heuplaxiteitsmutaties kunnen aanleiding geven tot een licht verhoogde laxiteit in het heupgewricht. Er zijn echter nog vele andere genetische merkers in onderzoeksfaze. Bijgevolg zijn mogelijke klinische gevolgen van deze mutaties nog niet betrouwbaar in te schatten. Een bepaling van de distractie-index (DI) via de Pennhip-methode is voorlopig nog steeds de betere benadering. 

Uit voorzorg is het wel aanbevolen om een partner te selecteren waarbij deze mutaties afwezig (-/-) zijn.

Urolithiasis (HUU) -/-

Von Willebrand disease I --/--